De hoekige kanten van het bestaan. Hij kent ze. Ze hebben scherpe randjes. Linksom of rechtsom. Over de schouders opkijken. Overleven dus als het moet buikvol. Hij kent de straat daardoor heeft hij een bepaalde waarde. De lijnen lopen soms als een hond met speels gemak of als een mannequin strak in het pak. Vragen aan hem als hij Jan kent heeft geen zin. Nee ook geen modaal of negen tot vijf. Het gaat om bakken. Vaak genoeg is hij op links te vinden met een van die Duitse- grote- jongens A, B, M of Vw. Namen noemen in zijn vakgebied is funest. Opvallen in dat leventje liever niet. Meneer is geen bakker, maar verdient zijn brood met bruin of wit. Hij kiest soms eieren voor zijn geld of verkoopt eieren(x) voor geld. Alles onder de pet, daar is alles veilig, alhoewel vandaag je vriend morgen je vijand. Dit hier is puur en geen mix! Einde verhaal jongens van Jan van den Witt.
(jongens van Jan van den Witt is een gezegde: gasten met balen)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten