donderdag 14 augustus 2014

Hirsi heeft last van wanen..

Er wordt genoeg over het conflict ( Gazastrook) gesproken en geschreven. Echt vrolijk word ik er  niet van. Het is gewoon triest dat veel mensen het leven laten door deze ellende. Jaar in jaar uit!  Zodra het beeldscherm hier zijn werk doet en ik de nieuwsbladen mijn blik gun, fulmineer  ik. Eigenlijk moet het zijn: fulmineerde.   Mijn energie kan ik beter gebruiken i.p.v. elke keer  mijn geest te vermoeien om vrede te creëeren.  Geen idee tot wat het leidt als ik er naar blijf kijken, maar ik houd het op een ongeleid projectiel. Nee, genoeg ongeleide projectielen die schade hebben aangericht en nog gaan aanrichten. Het  probleem is niet ineens  opgelost. Wie dat denkt, leeft in een Utopie.  Schitterend als dat zou kunnen, maar dan moeten Israël en Palestina water bij de wijn doen, maar het moet wijn blijven.  Iedereen met een boerenverstand en die het onderwerp volgt of volgde, weet meer dan genoeg. 

Ik dacht: genoeg erover, dus voelde ik me niet geroepen om  te mengen in de strijd, maar toen ik  op een Belgische site een artikel over Hirsi Ali las, vond ik munitie. Eerst dacht ik een verkeerde perceptie van de werkelijkheid te hebben, maar na een paar keer lezen,  bleef dit op mijn netvlies branden: Hirsi Ali: "Netanyahu verdient Nobelprijs voor de Vrede. Ik bewonder Benjamin Netanyahu  echt. Hij staat onder zoveel druk en toch doet hij wat het beste is voor de mensen van Israël." 

  Lange tijd had ik niets van Hirsi vernomen. Het liefst had ik dat zo gehouden, want ze levert inhoudelijk niets positiefs aan het hele gebeuren om de Gazastrook. Daarnaast bekijkt ze het vanuit (1) kant. Volgens mij moet het zijn: Benjamin Netanyahu verdient een prijs omdat wat hij  doet het beste is voor zowel Palestina als Israël.  Doorgaans maken we grappen over hoe  dom Belgen zijn, maar ik beschouw die Belgen niet als dom. Nee,  ze hebben haar aan de tand gevoeld over de situatie. Dat ze haar antwoord/ menig geeft over de gang van zaken is prima.  Echt wijs kan ik het niet noemen. Ik vind het nooit zo netjes om mensen dom te noemen. Vaak gebruik ik: minder wijs of dat is niet schrander, maar voor Hirsi maak ik een uitzondering. 

Eenmaal ze een dom antwoord/ mening heeft gegeven,  is ze  gedegradeerd  tot doelwit van mijn schrijven.  Ik kan een heel college  aan Hirsi Ali geven, maar dan bega ik een zonde. Ze nam nadat zichzelf te kakken had gezet in Nederland de benen.  New York werd haar nieuwe stekkie, misschien raadzaam om ook een andere indentiteit aan te nemen.  In New York waar doorgaans het bolwerk  van  de Joodse lobby hun werk verricht, waant ze zich zogenaamd veilig. Ze blaast maar wat, want  als ze nou eens wist hoe donkere mensen in Israël worden behandeld, dan zou ze inzien dat waar ze zich nu veilig waant het niet meer is dan een waan. Hoe kan iemand die geweld met geweld bestrijd de Nobelprijs voor vrede krijgen? Elke idioot behalve Hirsi weet dat.  Eerst stelde ze nog wat voor, maar  dat is te lang geleden. Help! Mijn geheugen laat me in de steek.   Zij beschikt over een bepaalde gave. Correctie: een IQ waar menig achtereind van een varken om lacht. 

Voor Hirsi zie ik vanwege deze actie   (1) prijs. Ik hoor in de verte iets met galgje en over onder de grond schuiven.... Ik weet dat ik nu geen haar beter ben, want ik maak me ook schuldig aan geweld. Bestaat er ook nog iets als zinvol geweld?

dinsdag 12 augustus 2014

Cubano




Hier op de hoek bevindt zich een sigarenman. Binnen resideert zich een bebrilde- grijzige-  man van middelbare leeftijd -tussen de kranten en tijdschriften. Ik heb geen idee wat zijn komaf is, maar tussen het ABN dat hij tracht te spreken, schemert wat Arabisch.  Als hij de toonbank bedient, is er wat ruimte tussen zijn uitpuilende buik en de kassa. Hij ziet er wat slonzig uit, en ruikt niet okselfris, maar hij verstaat zijn vak en bij hem is iedere klant koning. De kassa puilt deze tijd niet uit, maar ik begrijp dat hij zijn hoofd boven water kan houden. 

Het aangezicht van de sigarenman is niet fijn: afgebladderd verf en wat reclameborden die er verloren bijhangen.  Slechte reclame!  Een likje verf zou de sigarenman  niet misstaan. Gelukkig zorgen de  boys - die voor de deur hangen -voor wat fleur. Sommige van hen ken ik van de buurt of wayback:   Gijs, kleine- Ab, Mo, Jan, Danny, Ben, Murat en niet te vergeten Fritsie ritselaar. Ben is het opvallendst in het gezelschap: goed verzorgd,  altijd een zonnebril op, handen als kolenschoppen,  een blok beton, 1 meter 90 lang en bijna even breed. Hij schijnt alles te kunnen opruimen. Als er ergens herrie is, komt Ben langs- zijn reputatie is voldoende- dreigen hoeft vaak niet. Sommigen noemen hem een mandingo. Ik begrijp dat hij soms alleen zijn zonnebril afzet- met zijn priemende ogen weet hij het gewenste effect te sorteren. 

Ik zie Ben en de rest dagelijks hangen voor de deur van de sigarenman. Allemaal hebben ze hun expertise.  Ze zijn gewapend met minimaal (4) telefoons. Het schoolplein niveau van: proletarisch winkelen, inbraken en auto zonder sleutel lenen, zijn ze al lang ontstegen. Sommige van hen zie ik soms een tijd niet en dan verschijnen ze vanuit het niets.  Ik vraag nog: " Vakantie gehad ouwe?"  Vaak genoeg krijg ik te horen: " Ja, zoiets- de bed & breakfast -op staatskosten." Daarachter aan krijg ik een knipoog.  Ze hebben de sigarenman omgedoopt tot Cubano- een trefpunt waar het gebeurt.  Ik zie snelle gasten tussen  niet de goedkoopste wielen een pitstop daar maken om van gedachten of andere zaken te wisselen. Als er weer een auto is gestopt,  is er altijd een van het groepje die waakzaam om zich heen kijkt- vanaf zijn post overziet hij alles.  Stel je eens voor dat.... Wanneer ik het groepje zie staan,  groet ik van een afstand. Ik kan er niet tussen staan, want  ik heb er niets te zoeken. Vroeger stond ik weleens bij hen. Toen ging het vaak over oude koeien uit de sloot halen, maar nu gaat het om pakjes of containers met slappe witgoed. Nee,  ik heb geen zin in die bende. Als die auto' s hun pistop hebben gemaakt, vervolgen ze hun weg op de A10 met een gangetje van (80) km per uur, daarna drukken ze het rubber met meer dan (100)km op de teller over de wegen. In de zomer kan je de hitte mooi over het asfalt zien trillen. Terwijl ik dit allemaal aanschouw, bekommer ik me om de toekomst-  het neefje van de buren- net (15) jaar geworden. Af en toe praten we. Ik probeer hem bij te brengen dat hij zijn best op school moet doen, maar mijn poging blijkt tevergeefs. Hij praat over dokoes en hosselen. Zijn blik is gefocust op een hagel- witte -dikke- jongen rollend uit Duitsland. Hij roept: " buurman dikke wagi man."  Vervolgens geeft hij me een boks en verdwijnt op zijn Gucci patta' s richting zijn leeftijdsgenoten. Vanuit de verte zie ik  hem iets uit zijn schoudertasje halen.  Geen idee wat het is, maar als ik de reacties van zijn maatjes hoor, moet het iets van waarde hebben. Niet veel later hoor ik sirenes en zie ik hen voor hun leven rennen. Vanaf dien ben ik het spoor bijster. Ik kijk nog over mijn schouder, maar zie niets. De sirenes die met hun geschreeuw mijn gehoor op proef stelde,  zijn verdwenen in de luwte. Geen idee als het gevaar al is geweken, maar door de adrenaline verandert mijn sloffende pas in een snelle pas huiswaarts.  Gelijk als ik binnenkom, kijk ik op teletekst, maar ik zie niets. Niet veel later word ik opgeschrikt door zwaar geknal achterelkaar. Het hele circus met sirenes begint opnieuw.  Een dag erna verneem ik via de media  dat er een schietpartij is geweest met dodelijke afloop. Het neefje van de buren heb ik nooit meer gezien. Niemand durft te praten- zelfs de boys van Cubano niet.  Van hen krijg ik alleen te horen: " we willen nog niet de andere zijden van de sterren aanschouwen."